Verkoopt u fysieke producten op de EU-markt, dan heeft u de waarschuwing vast gezien: registreer vóór 19 juli 2026 in het EU-DPP-register, of verlies uw toegang tot de interne markt. Het is precies het soort deadline waar nalevingsteams van in de stress schieten. Voor vrijwel elk merk is dat níét wat er op die datum gebeurt.
Het EU-DPP-register is echt, en 19 juli 2026 is een echte deadline. Maar die deadline is van de Europese Commissie, niet van u. Deze gids legt uit wat het register precies is, wat de juli-datum wél en níét vereist, wie wanneer registreert en wat nog niet vaststaat.
Wat is het EU-DPP-register?
Het EU-DPP-register is een centrale index, ingesteld bij artikel 13 van de verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten (ESPR) en beheerd door de Europese Commissie. Het registreert de unieke identificatiecode van elk product dat een digitaal productpaspoort moet hebben, en verwijst naar de plek waar de paspoortgegevens van dat product bewaard worden. Het bevat het paspoort zelf niet. Op basis van een productidentificatiecode, gedragen in een GS1 Digital Link (hetzelfde met een QR-code leesbare webadres dat op het product staat), geeft het register de locatie van de DPP-gegevens terug, die gehost blijven door de fabrikant of het door hem gekozen platform. Het fungeert ook als toegangspoort voor de EU-douanecontroles.
Denk aan een telefoongids. Die bevat niet de gesprekken; hij vertelt u welk nummer u moet bellen. Het register doet hetzelfde voor productpaspoorten: het koppelt een identificatiecode aan een adres, en niets meer. Uw paspoort (de materialen, de onderhoudsinstructies, de recyclinggegevens) staat bij u of bij uw dienstverlener, en blijft daar. Dat ontwerp is bewust gekozen. Eén database die de paspoortinhoud van elk product dat in Europa verkocht wordt zou bevatten, is een nachtmerrie op het gebied van beveiliging en schaal; een lichte index die naar buiten verwijst, is veel eenvoudiger te beheren en te vertrouwen.
Wat er werkelijk gebeurt op 19 juli 2026
De ESPR geeft de Commissie tegen deze datum één taak. Artikel 13, lid 1, bepaalt dat "uiterlijk op 19 juli 2026 [...] de Commissie een digitaal register [ontwikkelt en beheert] [...] waarin ten minste de unieke identificatiecodes op veilige wijze worden bijgehouden". De verplichting rust op de Commissie, om de infrastructuur te bouwen. Nergens in die zin wordt van een merk gevraagd om iets te uploaden, te registreren of te deponeren.
Wat u op die dag daadwerkelijk zult zien, is stiller dan dat. Een opzetdeadline kan gehaald worden zonder publieke lancering. De uitvoeringsverordening die uitwerkt hoe het register werkt, staat nog in ontwerp, en de productie-interface is nog niet openbaar. Dus "het register gaat live" is geen schakelaar die omgaat; het is infrastructuur die geruisloos online komt, waarbij de onderdelen waar merken daadwerkelijk mee te maken krijgen, arriveren naarmate de regels van elke productcategorie van kracht worden.
Eén echte verplichting valt wél op 19 juli 2026, en die heeft niets met het register te maken. Voor grote ondernemingen treedt die dag het ESPR-verbod op de vernietiging van onverkochte consumentengoederen in werking. Bent u een groot modemerk, dan doet die datum ertoe — maar voor het vernietigingsverbod, niet voor registerdeponering. Die twee door elkaar halen is een makkelijke manier om u zorgen te maken over de verkeerde deadline.
De mythe: "Registreer vóór juli 2026 of verlies uw markttoegang"
De meest herhaalde versie — "elk product moet vóór 19 juli 2026 geregistreerd zijn of verliest de toegang tot de EU-markt" — staat nergens in de ESPR. Ze verwart de infrastructuurdeadline van de Commissie met een zakelijke verplichting die later arriveert, categorie voor categorie.
Dit is wat er circuleert versus wat de verordening werkelijk zegt:
| Wat u misschien gehoord hebt | Wat de verordening werkelijk zegt |
|---|---|
| "Elk product moet vóór 19 juli 2026 geregistreerd zijn." | 19 juli 2026 is de deadline voor de Europese Commissie om het register op te zetten (artikel 13, lid 1). Voor merken begint die dag geen enkele registratieverplichting. |
| "Mis de deadline en u verliest de toegang tot de EU-markt." | Registratie bepaalt de markttoegang per productcategorie, en alleen zodra de gedelegeerde handeling van die categorie een paspoort vereist — batterijen vanaf 18 februari 2027, textiel rond 2028/2029. Tot dan valt er niets te registreren. |
| "Het register bewaart uw productpaspoort." | Het bewaart unieke identificatiecodes en een verwijzing naar de plek waar uw paspoortgegevens staan; de inhoud blijft gehost door u of uw dienstverlener (artikel 13, lid 1). |
| "Registreren bewijst dat u voldoet." | Nee — de verordening bepaalt dat de mededeling door het register "niet [wordt] beschouwd als bewijs van naleving van deze verordening of ander Unierecht" (artikel 13, lid 5). |
| "Alleen EU-bedrijven kunnen registreren." | De marktdeelnemer die het product op de EU-markt brengt, registreert het (artikel 13, lid 4); een niet-EU-marktdeelnemer kan zich rechtstreeks verifiëren met een gekwalificeerd elektronisch zegel — de registerregel vereist geen vestiging in de EU (volgens de uitvoeringsverordening in ontwerp). |
Die laatste rij doet ertoe, want ze is het tegenovergestelde van hoe registratie vaak wordt verkocht. In het register staan is geen certificaat. Het legt vast dat de identificatiecode van een product bestaat en waar het paspoort ervan te vinden is; het zegt niets over de vraag of het product daadwerkelijk aan de vereisten voldoet. Handhaving verloopt nog steeds op de gebruikelijke manier, via de markttoezichtautoriteiten.
Wie moet registreren — en wanneer
Wanneer uw verplichting begint, hangt van één ding af: uw productcategorie. Artikel 13, lid 4, zegt dat "de marktdeelnemer die het product in de handel brengt of in gebruik neemt, [...] de [...] gegevens in het register [uploadt]". In die zin staat geen datum, en dat is precies het punt: de plicht kan pas bijten zodra uw product een paspoort moet dragen, en die eis arriveert via de gedelegeerde handeling van elke categorie.
| Productcategorie | Wanneer registerdeponering geldt | Grondslag |
|---|---|---|
| Batterijen (EV, LMT, industrieel >2 kWh) | 18 februari 2027 | Batterijenverordening (EU) 2023/1542, art. 77, lid 10 — een apart regime, los van de ESPR-gedelegeerde handelingen |
| Textiel / kleding | ~2028/2029 (schatting) | ESPR-gedelegeerde handeling voor textiel verwacht eind 2027; deponering ~18 maanden nadat die van toepassing wordt. Nog niet aangenomen. |
| IJzer en staal | ~2027/2028 (schatting) | ESPR-gedelegeerde handeling verwacht in 2026; nog niet aangenomen |
| Alle overige ESPR-categorieën | Naarmate de gedelegeerde handeling van elke categorie van toepassing wordt | Gefaseerd tot na 2030 — zie de volledige DPP-tijdlijn |
Een klein textielmerk dat de juli-koppen leest, heeft dus realistisch gezien de tijd tot ongeveer 2028/2029 voordat enige registerdeponering vereist is. En zelfs die datum is een schatting: de gedelegeerde handeling voor textiel is nog niet aangenomen. De data die hierboven als "schatting" gemarkeerd staan, volgen verwachte gedelegeerde handelingen, geen vastgestelde wetgeving — behandel ze dus als planningsparameters, niet als beloftes.
Voor een product dat buiten de EU is gemaakt, is de marktdeelnemer die het op de markt brengt doorgaans de EU-importeur, en die importeur registreert het. De uitvoeringsverordening in ontwerp zou een niet-EU-bedrijf ook toestaan zich rechtstreeks te verifiëren en te registreren, met een gekwalificeerd elektronisch zegel, zonder vestiging in de EU. Die route staat echter nog in ontwerp, en in de praktijk is de importeur vandaag vaak de eenvoudigste weg.
Batterijen zijn de uitzondering op de "voorlopig niets"-regel. Het batterijpaspoort wordt verplicht op 18 februari 2027 onder de Batterijenverordening, via ditzelfde register. Het is een aparte wet, los van de ESPR-gedelegeerde handelingen, en het wordt de eerste echte deponeringsverplichting waar iemand mee te maken krijgt — wat batterijen tot de levende test maakt van hoe het hele systeem werkt.
Hoe het register werkt
Drie werkingsmechanismen zijn het waard om te begrijpen.
Het is een index, geen database. Artikel 13, lid 1, laat het register "ten minste de unieke identificatiecodes" bewaren, niet uw paspoortinhoud. Op basis van de identificatiecode van een product geeft het de locatie van de DPP-gegevens van dat product terug, die gehost blijven door u of uw platform. Het register verwijst; het bewaart niet.
Alleen geverifieerde marktdeelnemers kunnen registreren, zoals nu opgesteld. Dit komt uit de uitvoeringsverordening in ontwerp, niet uit de aangenomen wet, dus behandel het als voorlopig. Zoals opgesteld zou het van de registrerende marktdeelnemer verlangen dat hij zijn identiteit bewijst met een gekwalificeerd elektronisch zegel onder het eIDAS-kader van de EU, dat bij registratie automatisch gecontroleerd wordt, en dat hij zich ten minste om de drie jaar opnieuw laat verifiëren. De bedoeling is te bevestigen dat de entiteit achter een paspoort is wie zij beweert te zijn, maar de exacte mechaniek kan nog verschuiven voordat de regel definitief is.
Douane wordt gefaseerd ingevoerd, en grotendeels later. Artikel 15 koppelt het register aan de EU-douane, maar zorgvuldig. De handmatige plicht (bij invoer de unieke identificatiecode voor registratie van het product aan de douane verstrekken) geldt alleen voor producten die al onder een gedelegeerde handeling vallen (artikel 15, lid 1), dus die volgt de tijdlijn van uw categorie, niet de juli-datum. De volledig geautomatiseerde douanekoppeling ligt verder weg: artikel 15, lid 3, geeft daarvoor vier jaar vanaf de inwerkingtreding van de uitvoeringshandeling van het register, wat op ongeveer 2030 uitkomt. De "geautomatiseerde grenscontroles" waar sommige berichtgeving voor waarschuwt, zijn voor de meeste goederen dus nog jaren weg.
Registers waaronder u misschien al valt
Als "het EU-productregister" een belletje doet rinkelen, denkt u misschien aan een ander. EPREL, het register voor energie-etikettering, is sinds 2019 verplicht voor producten met een energielabel. SCIP, beheerd door het chemicaliënagentschap ECHA, verzamelt gegevens over zorgwekkende stoffen in voorwerpen. Beide zijn aparte systemen met eigen regels; geregistreerd zijn in het ene zegt niets over het DPP-register.
Dit doet ertoe omdat een merk dat al bij EPREL of SCIP deponeert, ten onrechte kan aannemen dat het "al in het EU-register staat", en daardoor overdreven reageert of het DPP-nieuws helemaal negeert. Het DPP-register is een nieuw, apart systeem. Verkoopt u verlichting, apparaten of elektronica, dan kunt u tegelijk onder alle drie verplichtingen vallen — om verschillende redenen en op verschillende tijdlijnen.
Wat nog niet vaststaat
Het reglement voor hoe het register werkt, staat nog in ontwerp, en de meeste berichtgeving slaat dit over. De uitvoeringsverordening die het registratieproces, de vereiste gegevensvelden en de verificatiemechaniek vastlegt, doorliep een openbare consultatie die op 27 mei 2026 sloot, met een definitieve versie verwacht rond het najaar van 2026. Tot die is aangenomen, kunnen die operationele details veranderen.
Ook het productiesysteem is nog niet openbaar gedocumenteerd, en EU-tijdlijnen hebben de gewoonte uit te lopen, zoals ons overzicht van wat er al vertraagd is laat zien. Niets hiervan verandert het kernbeeld: juli 2026 is de deadline van de Commissie, en de categorieverplichtingen komen later. Maar behandel alle gedetailleerde "zo registreert u"-instructies die vandaag circuleren als voorlopig, en wees op uw hoede voor iedereen die registerdeponering als urgent verkoopt voor een categorie waarvan de regels nog niet geschreven zijn.
Wat merken nu daadwerkelijk moeten doen
Op 19 juli niets registreren is voor de meeste merken de juiste zet. De aanloop benutten is de slimme.
- Zoek de datum van uw categorie. Batterijen zijn 2027; textiel wordt rond 2028/2029 verwacht; andere categorieën faseren in tot na 2030. Uw DPP-deadline is degene die ertoe doet, niet de opzetdatum van het register.
- Maakt u batterijen, bereid u dan nu voor. 18 februari 2027 is dichtbij, en het is de eerste echte registratieverplichting. Repeteer ertegen.
- Maakt u textiel of iets van later, breng dan uw gegevens en identificatiecodes op orde. Productgegevens en GS1-identificatiecodes op orde krijgen is het trage, ondankbare deel. De registerdeponering zelf is snel gebeurd zodra de regels van uw categorie arriveren.
- Weet wie uw marktdeelnemer is. Wie uw product op de EU-markt brengt, is degene die het registreert. Is dat een importeur, bevestig dan dat hij begrijpt dat de verplichting bij hem ligt. Bent u het zelf, begin dan na te denken over hoe u uw identiteit gaat verifiëren wanneer het zover is.
Het register is geen afgrond. Het is leidingwerk dat de EU aanzet, vooruitlopend op de verplichtingen die het uiteindelijk zullen gebruiken. De merken die er als winnaar uit komen, zijn niet degenen die in juli 2026 in paniek registreren (er is niets te registreren); het zijn degenen die rustig hun productgegevens klaarmaken voor de deadline die werkelijk op hen van toepassing is.
Veelgestelde vragen
Moet ik mijn producten vóór 19 juli 2026 in het EU-DPP-register registreren?
Voor de meeste merken niet. 19 juli 2026 is de deadline voor de Europese Commissie om het register op te zetten, geen datum waarop u uw producten moet registreren. Registratie wordt categorie voor categorie verplicht naarmate de gedelegeerde handeling van elk product van toepassing wordt — batterijen vanaf 18 februari 2027, textiel rond 2028/2029. Tot de regels van uw categorie gelden, valt er niets te registreren.
Is registreren in het register een bewijs dat mijn product voldoet?
Nee. De ESPR bepaalt dat de mededeling door het register "niet [wordt] beschouwd als bewijs van naleving van deze verordening of ander Unierecht" (artikel 13, lid 5). Registratie legt de identificatiecode van uw product en de locatie van het paspoort ervan vast; het is geen certificering of goedkeuring, en handhaving van de daadwerkelijke vereisten verloopt nog steeds via het markttoezicht.
Wat bewaart het EU-DPP-register eigenlijk?
Unieke productidentificatiecodes en een verwijzing naar de plek waar de paspoortgegevens van elk product gehost worden — niet de paspoortinhoud zelf. Op basis van een identificatiecode geeft het register de locatie van de gegevens terug, die bij de fabrikant of zijn platform blijven.
Wie is verantwoordelijk voor het registreren van een product?
De marktdeelnemer die het product op de EU-markt brengt of in gebruik neemt (artikel 13, lid 4). Voor een buiten de EU gemaakt product is dat doorgaans de EU-importeur, al kan een niet-EU-marktdeelnemer zich ook rechtstreeks verifiëren en registreren met een gekwalificeerd elektronisch zegel.
Is het EU-DPP-register hetzelfde als het batterijpaspoort of EPREL?
Nee. Het batterijpaspoort gebruikt hetzelfde register, maar op zijn eigen tijdlijn (verplicht vanaf 18 februari 2027) onder de Batterijenverordening. EPREL (energie-etikettering) en SCIP (zorgwekkende stoffen) zijn aparte, bestaande EU-registers — het DPP-register is een aanvullend, apart systeem.
Is het register al live?
De Commissie moet het uiterlijk op 19 juli 2026 operationeel hebben. Op het moment van schrijven staat de uitvoeringsverordening die de werking ervan regelt nog in ontwerp (openbare consultatie gesloten op 27 mei 2026) en is de productie-interface nog niet openbaar. Wij werken dit artikel bij zodra dat verandert.
Over de auteur

Irina Aguiar is a co-founder of PassportCraft, where she translates EU product-compliance law into practical guidance for small brands. Her work covers the Digital Product Passport across ESPR product groups — textiles, batteries, electronics, and furniture — alongside GS1 Digital Link data carriers, recyclability and substance-of-concern reporting, and the delegated-act timelines brands need to plan around. She focuses on turning dense regulatory text into checklists a founder can actually act on.
Profiel bekijken


